Zomerschool 2026: leren gaat ook in de vakantie door
Ook deze zomer opende de Zomerschool haar deuren voor leerlingen uit heel Almere die in de zomervakantie extra willen leren én ontdekken. Twee weken lang werkten leerlingen uit groep 4 tot en met 8 aan taal en rekenen, afgewisseld met creatieve, sportieve en andere activiteiten. Zo wil de Zomerschool eraan bijdragen dat alle kinderen in Almere de kans krijgen om zich te blijven ontwikkelen, ook tijdens de zomervakantie.
Dit jaar stond de Zomerschool in het teken van communicatie: hoe vertel je wat je denkt, hoe luister je naar een ander en op welke verschillende manieren kun je met elkaar communiceren?
Enthousiasme werkt aanstekelijk
Voor Olivier Vos, adjunct-directeur van Het Spectrum en Het Palet, was deze editie extra bijzonder. Hij was dit jaar voor het eerst als directeur betrokken bij de Zomerschool. Wat hem vooral bijblijft, is het enthousiasme van zowel de leerlingen als de mensen die zich voor hen inzetten. “Ik zie enthousiaste onderwijsprofessionals die met plezier een stukje van hun vakantie opofferen om zich twee weken in te zetten voor leerlingen. Dat enthousiasme krijgen ze dubbel en dwars terug.”
Een mooie aanleiding om Olivier te vragen hoe hij deze weken heeft beleefd, wat hem is opgevallen bij de leerlingen en wat volgens hem de kracht van de Zomerschool is.
Je was dit jaar voor het eerst als directeur betrokken bij de Zomerschool. Met welke verwachtingen begon je en hoe kijk je daar nu op terug?
“Deze editie waren er een aantal oudgedienden van de Zomerschool bij, maar ook nieuwe collega’s. Van tevoren was ik vooral benieuwd hoe zij het samen zouden oppakken. Dat ging eigenlijk hartstikke goed. Het team was heel divers qua ervaring, zowel binnen de Zomerschool als in het onderwijs. Juist daardoor vulden mensen elkaar goed aan. Collega’s pakten hun verantwoordelijkheid en wisselden makkelijk ideeën met elkaar uit.”
Wat is je in deze twee weken vooral opgevallen aan de leerlingen? Is er iets dat je is bijgebleven?
“Op de eerste ochtend zie je best veel zoekende leerlingen. Ze komen vanuit heel Almere naar een nieuwe plek: waar moet ik zijn, wie zit er in mijn groep en wat kan ik verwachten? Wat mij vooral opviel, is hoe snel dat verandert. Al na een paar dagen zie je steeds meer herkenning en enthousiasme. Leerlingen voelen zich zichtbaar meer op hun gemak en worden steeds enthousiaster. Dat zie je eigenlijk gedurende de hele dag terug.”
Het thema was dit jaar ‘communicatie’. Hoe zag je dat in de praktijk terug en wat leverde dat op?
“Communicatie vulde een flink deel van het dagprogramma. Tijdens de woordenschatlessen oefenden de leerlingen nieuwe woorden en ’s middags gingen ze daar opnieuw mee aan de slag via opdrachtkaarten die aansluiten bij verschillende leerstijlen. Ook waren er workshops die goed bij het thema pasten, bijvoorbeeld over non-verbale communicatie en schrift.
Iedere dag werden de nieuwe woorden zichtbaar in het lokaal opgehangen. Na twee weken hing er een hele muur vol. Het mooie is dat je vervolgens ziet dat leerlingen die woorden ook echt weer gebruiken in de werkjes die ze ’s middags maken.”
Taal en rekenen worden gecombineerd met workshops, sport en andere activiteiten. Wat doet die afwisseling met leerlingen?
“De variatie tussen lessen, workshops, sport en een excursie zorgt ervoor dat leerlingen een vast patroon in de dag herkennen, terwijl er tegelijkertijd genoeg afwisseling is. Dat geeft de Zomerschool net wat extra’s. Aan het einde van de twee weken geven leerlingen ook terug dat ze het enorm naar hun zin hebben gehad.
Er zijn natuurlijk ook leerlingen bij wie de ouders een belangrijke rol hebben gespeeld in de keuze om naar de Zomerschool te gaan. Juist bij hen is het mooi om die verandering te zien: van ‘ik moet hier zijn van mijn ouders’ naar ‘volgend jaar kom ik zeker terug’. Dat zegt voor mij veel over wat die combinatie doet.”
Als je aan het einde van deze Zomerschool één gevoel zou moeten kiezen dat deze editie voor jou samenvat, wat zou dat dan zijn?
“Voor mij brengt de Zomerschool me weer even heel dicht bij mijn eigen intrinsieke motivatie om in het onderwijs te werken. Je ziet wat er gebeurt als leerlingen en onderwijsprofessionals twee weken lang met zoveel plezier en enthousiasme samen bezig zijn. Dat maakt dit voor mij een heel mooi project om bij betrokken te zijn.”